De
borstelharen worden bij de rolmethode apicaalwaarts
tegen de tandvleesrand geplaatst. Op de borstel wordt
lichte druk uitgeoefend. Met een beweging vanuit de
pols, worden de haren van de borstel over het element
gerold (richting kroon). Elke beweging wordt op een
bepaalde plaats vijf tot zes keer herhaald. Vervolgens
wordt de borstel opgetild en verplaatst. Op de linguale
en palatinale zijden probeert men hetzelfde. Occlusaal
wordt een schrobbeweging gemaakt.
Het nadeel van deze methode is dat het cervicale deel
van het element onvoldoende bereikt wordt. Het maken
van de rolbeweging op de linguale en palatinale vlakken
is bovendien erg lastig. Het alternatief zou dan een
modificatie kunnen zijn zoals bijvoorbeeld de Bass-methode. |